Waar ik vaak over heb nagedacht is dat je eigenlijk op heel jonge leeftijd al een studie moet kiezen na de middelbare school. Je bent jong (in mijn geval 17), je hebt géén idee wat je echt wilt, je zit nog in een levensfase waarin je brein om de haverklap een loopje met je neemt en daarnaast zijn er ook nog eens duizend-en-tien studiemogelijkheden.

Als je dan een keuze hebt gemaakt, is dat dan de juiste keuze? Wat wil ik ermee ‘worden’? Je denkt namelijk dat de keuze die je maakt vast staat en daarmee bepalend is voor je toekomst. Dilemma’s, dilemma’s… Dan denk je: Ach, tijdens die vierjarige studie, kom ik er vast wel achter wat ik ermee wil, toch?

Als je dacht dat de pubertijd verwarrend was, dan zijn de ‘twenties’ dat naar mijn ervaring nog veel meer!

Dit is het… toch niet helemaal

Wat ik al beschreef in mijn vorige blog, was dat mijn eerste studiekeuze was gevallen op vrijetijdsmanagement. 17 jaar. Vers van de havo. Het leek me een stap in de juiste richting. Was het ook zeker! Veel leuke nieuwe mensen ontmoet, m’n studie en ‘vrije tijd’ goed ‘gemanaged’ (studieweek Disneyland, stage buitenland en meermalig studieoverleg in de kroeg), aardig veel levenservaring vergaard… maar dan… Diploma op zak.

Je bent 21 en denkt dat je het leven eindelijk een beetje begint te begrijpen, maar niets is minder waar. Je komt tot de conclusie dat de studie die je zojuist afgerond hebt totaal niet is wat je eigenlijk wilt. Dat je jezelf absoluut niet fulltime ziet werken in die branche, en dat er nog zoveel andere dingen zijn in de wereld om te ontdekken. En wat doe je om die confrontatie met het ‘volwassen’ leven even uit te stellen? Precies, je plakt er gewoon nog even een studie achteraan. “Want dit is wat ik echt wil!”

Docent… dat is het… helemaal

Aangezien ik altijd al creatief was en altijd de ‘maak’-taken op me nam in projectgroepjes, vond ik dat het fantastisch zou zijn als ik dat ook in mijn werk kon doen. Dan ga je toch elke dag blij te werk, zonder constant naar de achteruit tikkende klok kijkend of je al naar huis kan? Een studie op de kunstacademie klonk me echter veel te vaag in de oren. Ik wist überhaupt niet welke mogelijkheden daar allemaal lagen.

Die wereld was onbekend voor me, ik kende niemand uit mijn omgeving die daar studeerde en ik nam ook de moeite niet om gewoon eens te gaan kijken. Nee, ik koos voor de opleiding docent beeldende kunst en vormgeving. Daarmee heb ik iets concreets in handen. Daar kán ik iets mee later en er valt een leuk centje mee te verdienen (zijn dat mijn woorden?). Ja. Docent. Dat word ik. Het zal in het begin vast wennen zijn om voor de klas te staan, maar in die vier jaar leer ik dat allemaal wel. Het is wel echt iets voor me. Docent. Denk ik.

Foto: Tijdens afstudeerexpositie in 2014

Bloed aan de muur
De studie was fantastisch. Ik heb zóveel geleerd over creatieve processen. Het experimenteren met verschillende materialen, uren in het atelier doorbrengen. Onderzoek, dieper onderzoek, nog dieper onderzoek. Alles was leuk! Maar dat lesgeven, oef, dat was me wel een dingetje hoor! Veel werk, lessen maken. En niet alleen dat, maar ook alles wat daar nog bij komt kijken.

Het gaat zoveel verder dan alleen mooie dingen maken met je leerlingen. (De discussie over wat ‘mooi’ is ga ik graag een andere keer aan). Het lesgeven viel me zwaar. Had ik dan toch voor autonome kunst moeten gaan? Daar liep ik wel even flink met m’n neus tegen de muur. En het bloedde, hard. Maar hee, de studie is nu eenmaal zwaar, even doorbijten, dan heb je straks dat diploma op zak en kun je lekker ergens aan de bak. Geld verdienen zal je.

Stof in de kast

Tijdens m’n studiejaren kon ik het ‘serieuze’ leven een beetje uitstellen en ik dacht: “ik zie dan wel”. Vanaf m’n 27e begon ik als freelance docent beeldend op een kunstencentrum. Met super leuke collega’s, waar ik ontzettend veel heb geleerd. Wat mij echter enorm duidelijk werd, was dat lesgeven me zoveel tijd en energie kostte, dat er weinig energie overbleef om aan eigen projecten te werken… Waar ik zo van kon genieten tijdens m’n studie. Er zaten zoveel ideeën in m’n hoofd en die konden er niet uit! Ik werd er helemaal gek van. Die prachtige ideeën stonden in de kastjes in mijn hoofd te verstoffen en dat stof hoopte zich op en dwarrelde als een wolk rond in m’n hoofd. Dat gaf stress, veel stress.

Ik liet mijn tranen rollen, mijn gevoel spreken en ik stopte met lesgeven. Zo kon ik me volledig focussen op m’n eigen projecten en ideeën. Natuurlijk had ik nog steeds een ‘extra’ baantje nodig om volledig rond te komen, maar m’n roeping had ik duidelijk voor ogen. Ik wil de wereld mooier maken met de dingen die ik creëer. En dat heeft me vanaf m’n 17e heel wat jaren gekost om dat te ontdekken én om het aan te durven gaan! Als ik nou eerder met deze studie was begonnen, of pas later in m’n leven een studiekeuze hoefde te maken, zou ik hier dan eerder achter zijn gekomen? Ik zal het nooit weten…

 

De Roaring Twenties

Eigenlijk kan ik nu concluderen dat mijn ‘twenties’ erg ‘roaring’ waren. Het was een grote zoektocht naar de juiste richting om persoonlijk in rustiger vaarwater terecht te komen. Om van daaruit stabiel voort te bewegen, mijn leven in balans te brengen en m’n bedrijf op te bouwen. Al is er natuurlijk altijd wel sprake van een beetje storm op zee, ik kan je zeggen: Pak die peddels, hijs de zeilen en ga met volle kracht je gevoel achterna!

Tot de volgende!
Groetjes Judith

0 reacties